Cuba

21 oktober tot en met 5 november 1999

Donderdag 21-10

Ik ga naar Cuba! Na een paar weken van voorbereiden en een paar dagen van inpakken, laatste spulletjes aanschaffen en her en der lenen, breekt dan eindelijk de dag van vertrek aan. Voor mij de eerste keer dat ik buiten (Noord-) Europa zal reizen, nog nooit alleen op reis geweest, nog nooit ver gevlogen en nu ga ik dan voor zestien dagen op reis met een groep naar Cuba. Natuurlijk ben ik al ver voor de wekker wakker, ook al loopt die al om zes uur af. Na een snelle douche en een even snel ontbijt spring ik met mijn wegbrenger Robert in de auto op weg naar Schiphol, de A4 op. En hoe vroeg je ook gaat en al is het herfstvakantie en is er net een extra spitsbaan geopend, toch hebben we file. Om kwart voor acht zijn we op Schiphol, waar we nog even samen koffie en thee drinken. Dan naar het afgesproken punt om de groep te ontmoeten. Suzanne, onze reisbegeleidster van Summum, blijkt al op Cuba te zijn en daarom staat er iemand anders van Summum klaar met onze tickets en visa. We checken dan ook individueel in.

Met een van de meiden uit de groep, Inge, maak ik direct al wat beter kennis en met haar ga ik door de douane en wacht ik tot we kunnen instappen. De mensen die ik tot nu toe van de groep heb gesproken blijken allemaal al aardig wat reiservaring te bezitten, dus ik voel me wel een beetje het groentje van de groep. Later blijk ik inderdaad de enige te zijn die nog nooit buiten Europa is geweest, maar zo kan ik van iedereen een boel leren.

De vlucht valt me wat tegen. Tien uur is toch best heel lang, zeker als je naast iemand zit die alleen Spaans spreekt terwijl dat nou net een taal is waarin jijzelf alleen ja en nee kunt zeggen. Bovendien is het de hele vlucht daglicht, zodat slapen ook moeilijk is. Tegen het einde van de reis vliegen we echter over Bermuda en dat geeft alvast het tropische gevoel: een groen eiland met witte zandstranden en de zee rondom in een groene kleur die langzaam verandert in diepblauw. Dan krijg ik toch wel zin in landen!

Na de landing stappen we uit op het vliegveld van Holguin waar de warmte ons als een warme deken bedekt. We zijn vertrokken bij een graad of acht en stappen uit bij ruim dertig graden. Vooral de geur van warmte, vocht en aarde valt me op; een beetje zoals het in de tropische kassen van de Hortus Botanicus in Leiden ruikt. Holguin heeft een klein vliegveld en wij zijn op dat moment de enige passagiers die er rondlopen. De rij bij de douane is desondanks lang en traag. Een van onze groepsgenoten, Alwin, is Surinamer met een Indiaanse achtergrond en hij is volgens Cubaanse begrippen verdacht. Ze geloven in eerste instantie niet dat hij geen Cubaan is. Er moet een lijst met hotels en nog wat papierzaken aan te pas komen om hem toe te kunnen laten tot Cuba. Later raadt Suzanne hem aan zo veel mogelijk zijn paspoort bij zich te dragen tijdens zijn verblijf op Cuba.

Buiten wacht Suzanne ons op. We maken kennis met de groepsgenoten die we nog niet hebben ontmoet en blijken met twaalf personen te zijn: drie keer twee mensen die samen reizen en zes mensen die allemaal alleen meegaan. We kunnen voor de hele reis beschikken over een luxe bus met airconditioning en eigen chauffeur, Frank. Volgens Suzanne is Frank een man van de klok, maar op dit moment is hij nergens te bekennen. Zij gaat hem zoeken terwijl wij wat onwennig bij elkaar staan te wachten en proberen te wennen aan de hitte. De mensen met een afritsbroek maken dankbaar van de gelegenheid gebruik er een korte broek van te maken. Na een half uurtje blijkt Frank in de bus bezig te zijn geweest met het repareren van de wc-deur. Hij komt vol zweetdruppeltjes te voorschijn en laat ons binnen in de bus.

Dan rijden we naar ons hotel in Holguin, hotel Pernik. Inmiddels is het tegen vieren, plaatselijke tijd, maar voor ons is het ‘s avonds laat en we zijn allemaal moe. Onderweg kijk ik mijn ogen uit: ik zie mijn allereerste palmbomen, prachtige planten, armoedige huizen en veel liftende mensen die wij als toeristen helaas niet mee mogen nemen. De wegen zijn vrij stil. Je kunt goed merken dat de brandstof hier duur is en er daarom weinig gereden wordt.

Het hotel blijkt veel luxer dan ik had gedacht. Van tevoren hadden veel mensen me aangeraden een klamboe mee te nemen vanwege muggen, spinnen en kakkerlakken, maar achteraf heb ik de klamboe niet eens uit het zakje gehad. Bovendien hebben alle hotels een airconditioning en dat maakt het allemaal een stuk comfortabeler. De kamerindeling is vrij snel gemaakt: de samenreizende stellen delen uiteraard een kamer en daarnaast zijn er twee alleenreizende vrouwen en vier alleen reizende heren. Zo komt het dat ik mijn kamer deel met Inge die ik al op Schiphol heb ontmoet.

Om vijf uur spreken we bij het zwembad af voor een welkomstpraatje van Suzanne. Het zwembad wordt op dat moment net gevuld met water en dat gaat zo langzaam dat we niet verwachten voor ons vertrek de volgende ochtend nog een duik te kunnen nemen. Helaas. Eerst doen we een kort voorstelrondje. De groep is vrij gemêleerd: zeven vrouwen, vijf mannen, variërend in leeftijd van vijfentwintig tot zevenenvijftig jaar. De beroepen zijn echter minder verschillend: het merendeel werkt in de verzekeringen of bij een bank. Suzanne vertelt ons, onder het genot van onze eerste Cuba Libre, wat praktische zaken over de verschillende soorten geld die op Cuba in omloop zijn (peso's, dollars en zogenaamde convertibele peso's, die gelijk zijn aan dollars), over wat wel en niet legaal is als het gaat om omgang met Cubanen en over de veiligheid in hotels raadt ze ons aan: neem altijd een kluisje. Suzanne trakteert ons namens Summum allemaal op een anderhalve liter fles water.

Vervolgens gaan we met de bus naar een paladar, een restaurantje bij een familie thuis die een vergunning heeft om toeristen te laten eten. Holguin heeft veel smalle straatjes, de huizen zijn allemaal ooit in een pastelkleurtje geschilderd, er is weinig straatverlichting zodat onze chauffeur de hele tijd groot licht op heeft en veelvuldig toetert en vooral fietsers kijken werkelijk nergens naar. Bij de paladar stappen we voor de deur uit. Via een paar trappetjes komen we op het dak terecht. Onderweg zien we een paar kleine, magere hondjes, een oude oma en veel mooie oude meubels uit de koloniale tijd. We krijgen varkensvlees met ham en kaas aan een spies, lekker gekruid, met gebakken banaan, witte rijst gemengd met zwarte bonen (moros y cristianos) en salade bestaande uit sla, komkommer en avocado. Later zullen we ontdekken dat die gemengde rijst echt overal bij wordt gegeten en dat de gebakken banaan in twee varianten verkrijgbaar is: als een soort chips en wat dikker gesneden met een krokante buitenkant en zachte binnenkant. We maken een fooienpot voor de medewerkers van de hotels die we nog tegen zullen komen en maken tijdens het eten verder kennis met elkaar.

Na het eten maakt de groep een wandelingetje naar het centrum van de stad, het Parque Cespedes. Omdat ik erg moe ben, ga ik met de bus mee. Onze chauffeur is nog twee collega's tegen gekomen en zo komt het dat ik op mijn eerste avond in Cuba in een bus zit met drie Cubanen die ik niet versta en me laat rijden naar een plaats die ik niet ken. Het heeft wel wat. Op het plein staat een oud mannetje papieren puntzakjes te verkopen voor een peso per stuk. Er blijken gezouten pinda's in te zitten en deze mannetjes zullen overal en nergens blijven opduiken. Vervolgens vertrekken we naar ons hotel, waar we allemaal snel ons bed opzoeken. Inmiddels is het tegen elven, voor ons dus tegen vijven ‘s nachts en we zijn allemaal doodmoe. Ik val dan ook als een blok in slaap tijdens mijn eerste nacht in Cuba.

 

Vrijdag 22-10

Om half acht gaat de wekker en ik heb werkelijk heerlijk geslapen. De douche blijkt het goed te doen en geeft zelfs behoorlijk warm water. In het restaurant van het hotel ontbijt ik met een sandwich con queso en met water, samen voor twee dollar. Daarna gaan we met zijn allen de bus in en rijden we naar Bayamo. Ook hier is weer een Parque Cespedes waar we uitstappen om een uur of half elf. We krijgen een uur om rond te lopen. Ik zie weer veel geverfde huisjes, een boel magere hondjes, mijn eerste kakkerlak en veel mensen die allemaal niet veel anders te doen lijken te hebben dan ons nafluiten, vragen om dollars en zeep of ons dingen proberen te verkopen. Een oud vrouwtje met een enorme baard en snor geven we uiteindelijk een pepermuntje en ze moet erg lachen om die twee Hollandse meiden die van alles zeggen dat zij niet verstaat. Er is een tweede plein waar een klein toeristisch marktje is waar houtsnijwerk wordt verkocht en gehaakte truitjes.

Vlakbij het station is een markt met fruit (bananen, sinaasappels, avocado's, kokosnoten), knoflook, uien en vlees. Ik moet erg wennen aan deze manier van op straat leven en verkopen en ik koop maar even niks. Over de markt rijdt een man met een groot zwart varken achter op zijn fiets rond om het te verkopen. Hij houdt het varken aan een oor vast zodat het niet van de bagagedrager afvalt, waardoor het varken luid schreeuwt. Uit een huis komt een man die ons een hele varkenskop aanbiedt die er mij veel te vers uit ziet. Ook zien we een jongen op een fiets die op zijn schouder een grote leguaan heeft in een tuigje. Zijn huisdier blijkbaar. Verder zien we nog een fiets met daarachter een karretje waarop hele grote vierkante taarten staan. De man verkoopt ze gewoon op straat; de vliegen krijg je er gratis bij. Het vervoer in Bayamo is trouwens sowieso erg bijzonder: er rijden nauwelijks auto's en de fiets en paard en wagen zijn het meest gebruikt. Later blijkt dat dit op veel meer plaatsen in Cuba het geval is.

Om half twaalf hebben we afgesproken bij het Casa de la Trova. Hier speelt een Cubaans bandje traditionele Cubaanse muziek voor met name de toeristen. Hier maken we ook voor het eerst kennis met de zogenaamde ‘strakke broekjes cultuur'. Veel Cubaanse vrouwen dragen felgekleurde, liefst glimmende korte fietsbroekjes, soms als een heel pakje. Jong, oud, dik, dun, deze broekjes zijn duidelijk de mode. Nadat we wat foto's hebben gemaakt, iets te drinken hebben gekocht en een paar groepsleden even hebben gedanst, stappen we weer in de bus en vervolgens om kwart over twaalf onze reis naar Santiago de Cuba. Onderweg zien we veel gieren in de lucht. Op de weg rijden veel fietsers, motoren en fietsers met zijspan en open vrachtwagens met mensen achterop. Langs de kant staan mensen te liften voor deze vrachtwagens, die fungeren als openbaar vervoer.

Om half drie passeren we El Cobre en ook hier maken we een tussenstop. In El Cobre staat een enorme kathedraal, de Basilica de Nuestra Señora del Cobre. Hier is een beeldje te zien van Maria de Beschermheilige dat in 1606 door een paar vissers op zee is gevonden. Hierdoor is deze basiliek momenteel de drukst bezochte pelgrimplaats van Cuba. Hij ligt in de heuvels die het begin vormen van de Sierra Maestra. We krijgen een half uurtje om foto's te maken, even in de kerk te kijken en te plassen bij het naastgelegen hotel.

Om drie uur rijden we weer verder en om een uur of vier zijn we in Santiago de Cuba. Met ruim vierhonderdduizend inwoners is dit de tweede stad van Cuba. We logeren hier drie nachten in hotel Las Americas, eveneens luxe en vrij groot. Op het dak is een zwembad dat me direct aan soort huwelijksreisplek doet deken: blauw water, blauwe lucht, palmbomen, witte ligbedden en een klein barretje met Cuba Libres en andere cocktails. Ook hier krijgen we bij het zwembad een welkomstpraatje. Suzanne legt ons de mogelijkheden van de verschillende excursies uit en we spreken om zeven uur af om te gaan eten. Tot die tijd ben ik alleen op onze hotelkamer om eens even bij te komen. Ik neem een lekkere douche (alweer warm), ik lees wat in mijn reisgidsje over de stad, werk mijn dagboek bij en kom even bij van alle indrukken. Tijdens een kwartiertje bij het zwembad zit ik in de aanvliegroute van wat vleermuizen die insectjes uit het water van het zwembad willen oppikken.

Om zeven uur verzamelen we in de lobby en rijden gezamenlijk in de bus naar een paladar waar iedereen vis eet, maar waar gelukkig ook kip te verkrijgen is. Ik eet namelijk geen vis of andere dingen die uit zee gekomen zijn. Mijn maaltijd bestaat uit een halve kip in een boel saus, rijst met zwarte bonen, salade van komkommer, avocado, cassave, sperzieboontje en sla en wederom gebakken banaan. Het bier wordt geserveerd in limonadeglazen met roze ballonnetjes erop. Alles bij elkaar kost het negen en een halve dollar. Wanneer we net binnen zijn, valt de elektriciteit uit, maar na vijf minuten doet die het weer. Halverwege de maaltijd begint het te gieten van de regen en worden we hals over kop met tafel, eten en al het huis in verhuisd. Daar zitten een paar mannen televisie te kijken en zitten twee zeer oude vrouwen gezusterlijk naast elkaar in twee schommelstoelen naar ons te kijken. Ze vinden het prachtig wanneer wij een foto van ze willen maken.

Na het eten lopen we met zijn allen een stukje door de oude stad van Santiago en belanden in een zeer vage bar. Een jongen die naar later blijkt steeds zichzelf een andere naam geeft voor de toeristen, probeert een paar mensen uit ons gezelschap na te tekenen en vraagt daar geld voor. Naast Alwin neemt direct een dame plaats die wel heel duidelijk weet te maken dat ze geld wil verdienen met seks. Ze drinkt het bier op van Inge en trekt zich nauwelijks iets aan van ons negeren. Ook aan de bar staat het een en ander aan gespuis: meer overduidelijke hoeren, een raar Bob Marley-type dat ook zeer de aandacht vraagt en we worden belaagd door mensen die dollars willen wisselen in peso's, sigaren willen verkopen of anderszins aan dollars willen komen. Na een biertje ben ik zo moe dat ik wel naar het hotel terug wil en ik vind een medestander in de groep, Gerard, die op Cuba nog nauwelijks geslapen heeft en ook erg moe is. Samen nemen we om half elf een taxi, waarbij ik zeer duidelijk zeg dat we naar hotel Las Americas willen. Een vaste prijs wil de taxichauffeur niet afspreken, hij zet de meter wel aan. Vervolgens worden we naar een verkeerd hotel gebracht. Gerard en ik denken er alweer aan dat we geflest worden en verwachten een metershoge taxirekening, maar de chauffeur zet de meter keurig op nul en brengt ons alsnog naar de juiste bestemming, terwijl hij zich luid verontschuldigt. Het kost ons uiteindelijk twee dollar. Wat word je snel achterdochtig in een stad als deze!

<< >>

Meer reisverslagen? Klik hier!